maandag 19 februari 2018
Terug naar Stellendam
Mijn overgrootouders (de ouders van de moeder van mijn moeder) in een trein. De man links is niemand. Het waren geen wereldreizigers. Mijn overgrootvader kwam alleen van het eiland als hij op de reddingboot meevoer om mensen te redden. Dat ze in een trein zitten is dus heel uitzonderlijk.
De foto is hoogstwaarschijnlijk gemaakt in 1953 op Utrecht CS, toen ze op weg terug waren naar hun woonplaats Stellendam. Na de watersnood hadden ze een tijd doorgebracht bij een zoon die in Hilversum woonde.
De snelste route zou via Rotterdam zijn, en vandaar met de RTM naar Hellevoetsluis en met de veerboot naar Goeree-Overflakkee. Maar aan het koersbord is te zien dat ze in de trein naar Den Haag zitten. Daar woonde een andere zoon, dus mogelijk dat die hen vervolgens naar Stellendam heeft gebracht.
Op het koersbord staat nog Rotterdam Maas, een station dat op 4 oktober 1953 is gesloten. De foto komt uit het album van mijn achternicht Wilma van Gelder.
Meer over mijn Stellendamse roots.
zondag 28 januari 2018
Uit het leven van een kameel
De Kameel in 1986 en 2013
Utrecht CS, 26 september 1986. NS 20 “Kameel” tijdens een gezelschapsrit.
Utrecht Centraal, 24 mei 2013. NS 20 “Kameel” tijdens een conditierit.
Uit het leven van een kameel
Motorrijtuig NS 20 is tegelijk gebouwd met de Blauwe Engelen, dus in de eerste helft van de jaren vijftig. In feite is het een DE1, waarvan de machinistencabines naar het dak zijn verhuisd. Aan deze twee bulten dankt het zijn bijnaam “Kameel”.
Oorspronkelijk was de Kameel bedoeld als inspectierijtuig voor de directie. Tijdens zo’n inspectierit zag president Den Hollander iets wat hem niet beviel. Stoomloc 1794 was na het officiĆ«le einde van de stoomtractie op 7 januari 1958 nog enige tijd in gebruik als stoomleverancier in Arnhem. Voor onderhoud reed de loc op eigen kracht naar Nijmegen. Toen Den Hollander zag dat er nog een stoomloc reed op NS-rails, gaf hij prompt opdracht om deze loc te slopen! Vandaar dat er van deze grote en belangrijke stoomlocserie niets bewaard is gebleven.
Latere directies hadden geen behoefte meer aan een inspectietrein. Vanaf 1973 kon iedereen de Kameel huren als “VIP-car”. Althans iedereen die het kon betalen. In een folder uit die tijd lezen we dat je voor een retour Amsterdam-Keulen moest rekenen op 7500 gulden (zo’n 3400 euro). En daar kwam de catering dan nog bij. De Kameel was in deze periode gehuld in de gele huisstijl van NS.
In januari 1991 ging de Kameel uit dienst. In 2005 werd ze in de oorspronkelijke donkerblauwe kleur teruggebracht. Ze heeft toen een tijd in het Spoorwegmuseum gestaan, maar dat is niet de eigenaar: de Kameel is eigendom van NS Holding. Sinds 2008 is ze ook weer rijvaardig, maar huren is er niet meer bij. Net als vroeger is de Kameel alleen beschikbaar voor bobo’s van de spoorwegen. Een rit naar Keulen zit er trouwens ook niet meer in: de Kameel heeft inmiddels wel ATB, maar geen Indusi.
Lees meer over de Kameel.
Dit artikel verscheen in januari 2018 in NVBS Actueel.
zondag 31 december 2017
Hoe loc 1201 weer turquoise werd
Onze jongere lezers weten niet beter dan dat de treinen van NS geel zijn. De ouderen herinneren zich nog de groene, rode en blauwe treinen van vroeger. En de echte veteranen weten dat er in het begin van de jaren 50 ook grijsgroene treinen hebben gereden, getrokken door een 1100, 1200 of 1300.
De naam van deze kleur kun je op twee manieren schrijven en uitspreken. Op z’n Frans: turquoise [turkwaze] of op z’n Nederlands: turkooizen [turkoojsen]. Wij van de redactie zeggen [turkwaze], dus schrijven we turquoise.
Mevrouw Den Hollander
Het verhaal gaat dat de vrouw van de toenmalige president-directeur Den Hollander deze kleur had uitgekozen voor de nieuwe elektrische locomotieven en rijtuigen. Of dat verhaal klopt is niet bekend. Ook in Frankrijk, waar de 1100’en en 1300’en vandaan kwamen, reden treinen in zo’n kleur rond. In elk geval heeft de turquoise periode bij NS niet lang geduurd: het bleek een lastige en besmettelijke kleur. Hierop besloot men over te stappen op Berlijns blauw.
Inmidddels zijn enkele museumlocomotieven weer in het turquoise te zien: loc 1125 van het Spoorwegmuseum en loc 1201 van de Stichting Klassieke Locomotieven (KLOK). Deze loc is sinds april 2016 langdurig uitgeleend aan het Spoorwegmuseum, waar ze een prominente plek in de grote hal heeft gekregen.
Hoe zag turquoise er uit?
Het probleem van deze kleur is: je hebt turquoise en je hebt turquoise. Hoe zagen die treinen er meer dan een halve eeuw geleden precies uit? Er bestaan wel een paar kleurenfoto’s, onder andere van de bekende fotograaf Luud Albers, maar een foto kun je alleen gebruiken als indicatie, niet voor het vaststellen van de exacte kleur. Toch is het een werkgroep van de KLOK gelukt om de juiste kleur te achterhalen.
Hoe men dat heeft gedaan was het onderwerp van een presentatie door Aad de Meij van de KLOK, die hij recent gaf voor de Vrienden van het Spoorwegmuseum. Op onderhoudende wijze vertelde Aad over de geschiedenis van de KLOK, die begon met het redden van de NS 1501 en verschillende andere locomotieven, en over het project om de 1201 weer terug te brengen in de oorspronkelijke staat.
Aad is van plan om deze presentatie vaker te geven, dus te zijner tijd misschien bij uw NVBS-afdeling. Maar u kunt ook een iets verkorte en aangepaste versie zien via deze link.
Oh ja: de juiste kleur is NCS 5010-G10Y. Die kunt u bij de verfhandel laten mengen (alleen is zo’n grote pot misschien wat veel voor een H0-model).
Stichting Klassieke Locomotieven (KLOK)
Het doel van de Stichting Klassieke Locomotieven (KLOK), en de hieraan gelieerde Werkgroep loc 1501, is het behouden en restaureren van klassieke locomotieven van de Nederlandse Spoorwegen.
De activiteiten begonnen in 1986, toen de laatste locomotieven van de serie 1501-1506 buiten dienst gingen. Dankzij een initiatief van een aantal Rotterdamse machinisten bleef de NS 1501 bewaard, naast twee locomotieven van deze serie die terugkeerden naar Engeland. Later werden ook elektrische locomotieven van de series 1100, 1200 en 1300 van de sloop gered.
De collectie bestaat nu uit de locs 1122, 1201, 1218, 1221, 1304, 1315 en 1501. (De locs 1218 en 1221 hebben bij ACTS gereden onder de nummers 1253 resp. 1255.)
Kijk voor meer informatie op www.klassieke-locs.nl
Dit artikel verscheen in december 2017 in het digitale blad NVBS Actueel. Tekst en foto Nico Spilt.
De naam van deze kleur kun je op twee manieren schrijven en uitspreken. Op z’n Frans: turquoise [turkwaze] of op z’n Nederlands: turkooizen [turkoojsen]. Wij van de redactie zeggen [turkwaze], dus schrijven we turquoise.
Mevrouw Den Hollander
Het verhaal gaat dat de vrouw van de toenmalige president-directeur Den Hollander deze kleur had uitgekozen voor de nieuwe elektrische locomotieven en rijtuigen. Of dat verhaal klopt is niet bekend. Ook in Frankrijk, waar de 1100’en en 1300’en vandaan kwamen, reden treinen in zo’n kleur rond. In elk geval heeft de turquoise periode bij NS niet lang geduurd: het bleek een lastige en besmettelijke kleur. Hierop besloot men over te stappen op Berlijns blauw.
Inmidddels zijn enkele museumlocomotieven weer in het turquoise te zien: loc 1125 van het Spoorwegmuseum en loc 1201 van de Stichting Klassieke Locomotieven (KLOK). Deze loc is sinds april 2016 langdurig uitgeleend aan het Spoorwegmuseum, waar ze een prominente plek in de grote hal heeft gekregen.
| Amersfoort, 17 oktober 2014. Loc NS 1201 tijdens de manifestatie “175 jaar spoor”. |
Het probleem van deze kleur is: je hebt turquoise en je hebt turquoise. Hoe zagen die treinen er meer dan een halve eeuw geleden precies uit? Er bestaan wel een paar kleurenfoto’s, onder andere van de bekende fotograaf Luud Albers, maar een foto kun je alleen gebruiken als indicatie, niet voor het vaststellen van de exacte kleur. Toch is het een werkgroep van de KLOK gelukt om de juiste kleur te achterhalen.
Hoe men dat heeft gedaan was het onderwerp van een presentatie door Aad de Meij van de KLOK, die hij recent gaf voor de Vrienden van het Spoorwegmuseum. Op onderhoudende wijze vertelde Aad over de geschiedenis van de KLOK, die begon met het redden van de NS 1501 en verschillende andere locomotieven, en over het project om de 1201 weer terug te brengen in de oorspronkelijke staat.
Aad is van plan om deze presentatie vaker te geven, dus te zijner tijd misschien bij uw NVBS-afdeling. Maar u kunt ook een iets verkorte en aangepaste versie zien via deze link.
Oh ja: de juiste kleur is NCS 5010-G10Y. Die kunt u bij de verfhandel laten mengen (alleen is zo’n grote pot misschien wat veel voor een H0-model).
Stichting Klassieke Locomotieven (KLOK)
Het doel van de Stichting Klassieke Locomotieven (KLOK), en de hieraan gelieerde Werkgroep loc 1501, is het behouden en restaureren van klassieke locomotieven van de Nederlandse Spoorwegen.
De activiteiten begonnen in 1986, toen de laatste locomotieven van de serie 1501-1506 buiten dienst gingen. Dankzij een initiatief van een aantal Rotterdamse machinisten bleef de NS 1501 bewaard, naast twee locomotieven van deze serie die terugkeerden naar Engeland. Later werden ook elektrische locomotieven van de series 1100, 1200 en 1300 van de sloop gered.
De collectie bestaat nu uit de locs 1122, 1201, 1218, 1221, 1304, 1315 en 1501. (De locs 1218 en 1221 hebben bij ACTS gereden onder de nummers 1253 resp. 1255.)
Kijk voor meer informatie op www.klassieke-locs.nl
Dit artikel verscheen in december 2017 in het digitale blad NVBS Actueel. Tekst en foto Nico Spilt.
Railcenter Amersfoort
Op bezoek bij de buren
Schuin achter NVBS Centraal, aan de andere kant van emplacement Amersfoort, ligt het terrein van de vroegere wagenwerkplaats. Treinen worden hier al lang niet meer gerepareerd, maar er vinden nog steeds veel “railgebonden” activiteiten plaats.
Een voorbeeld is het Railcenter, dat opleidingen verzorgt voor mensen die werkzaam zijn in de spoorwereld. Ook vindt hier onderzoek plaats naar nieuwe technieken en werkmethoden. Dit gebeurt in samenwerking met veel partijen uit de spoorwereld en daarbuiten.
Fotowand
In maart van dit jaar heeft het Railcenter een nieuw gebouw betrokken, vlakbij de grote loods van de wagenwerkplaats. Centraal in dat gebouw bevindt zich een grote fotowand, waarop de ontwikkeling van de spoorwegen is weergegeven. De foto’s geven een beeld van wat er sinds 1839 allemaal is veranderd, met een voorzichtig kijkje in de toekomst.
Bij het samenstellen van deze fotowand heeft de NVBS een belangrijke rol gespeeld. Het Railcenter heeft namelijk dankbaar gebruikgemaakt van de enorme fotocollectie van onze vereniging. Samen met de beheerders van deze collectie is hieruit een keuze gemaakt.
Rondleiding
Bij wijze van tegenprestatie kon een gezelschap NVBS’ers onlangs een bezoek brengen aan onze buren. Niet alleen om die fotowand te bekijken, maar ook om een beeld te krijgen van waar het Railcenter zich mee bezighoudt.
Het gezelschap bestond uit collectiebeheerders en andere vrijwilligers van de NVBS. Ze kregen onder andere te zien hoe wissels werken, hoe op afstand de stroomvoorziening van het spoornet wordt bewaakt, hoe het lichtseinstelsel in elkaar zit en hoe een onderstation er van binnen uitziet.
Opleidingen
Het Railcenter verzorgt opleidingen op uiteenlopende gebieden: energievoorziening, spoorbouw, ondergrondse infrastructuur, beveiligingstechniek, telecommunicatie, veiligheid, organisatie en communicatie. Er zijn meer dan 230 opleidingen, van mbo tot universitair niveau.
Ook bevinden zich in het gebouw enkele uitwijkvoorzieningen, zoals het Operationeel Besturingscentrum Infra (OBI) van ProRail. Het OBI verzorgt onder andere de bewaking en besturing van de bovenleiding in het hele land. Mocht dat vanuit Utrecht niet meer lukken, dan kan men uitwijken naar Amersfoort.
Proeftuin
Het Railcenter is ook een kennis- en onderzoeksinstituut. Het fungeert als proeftuin voor nieuwe technieken. Zo is er een testlaboratorium voor het nieuwe Europese railbeveiligingssysteem ERTMS. Ook op het buitenterrein vinden proeven plaats. Daar staat bijvoorbeeld een installatie waarmee wissels ijsvrij gemaakt kunnen worden door middel van een sterke luchtstroom. Dat gaat met zoveel kracht dat het nog maar de vraag is of dit systeem straks veilig in de praktijk is in te zetten.
In elk geval kunnen we vaststellen dat het spoorbedrijf nog steeds voortdurend in beweging is. Die fotowand zal vast nog weleens moeten worden aangepast.
Een blik op de wereld van het spoor
Het Railcenter heette voorheen Railinfra Opleidingen. In september 2016 is de naam veranderd. ProRail-directeur Pier Eringa zei bij die gelegenheid: “Hier kunnen vakgenoten, politici en studenten elkaar inspireren en uitdagen met spoorse vraagstukken. Van ingewikkelde logistieke bouwprocessen tot de nieuwste technologische ontwikkelingen. Ook scholieren en potentiĆ«le werknemers zijn van harte welkom. Bij Railcenter kunnen zij een blik werpen op de wereld van het spoor. Een mooie wereld, en een die met een goede en open samenwerking nog veel mooier kan worden.”
Kijk voor meer informatie over het Railcenter op www.railcenter.nl
Dit artikel verscheen in december 2017 in het digitale blad NVBS Actueel. Tekst en foto Nico Spilt.
Een voorbeeld is het Railcenter, dat opleidingen verzorgt voor mensen die werkzaam zijn in de spoorwereld. Ook vindt hier onderzoek plaats naar nieuwe technieken en werkmethoden. Dit gebeurt in samenwerking met veel partijen uit de spoorwereld en daarbuiten.
Fotowand
In maart van dit jaar heeft het Railcenter een nieuw gebouw betrokken, vlakbij de grote loods van de wagenwerkplaats. Centraal in dat gebouw bevindt zich een grote fotowand, waarop de ontwikkeling van de spoorwegen is weergegeven. De foto’s geven een beeld van wat er sinds 1839 allemaal is veranderd, met een voorzichtig kijkje in de toekomst.
Bij het samenstellen van deze fotowand heeft de NVBS een belangrijke rol gespeeld. Het Railcenter heeft namelijk dankbaar gebruikgemaakt van de enorme fotocollectie van onze vereniging. Samen met de beheerders van deze collectie is hieruit een keuze gemaakt.
| “Van het begin naar de toekomst.” De fotowand die met medewerking van de NVBS tot stand is gekomen. Een schoonheidsfoutje is dat men dit niet bij de foto’s heeft vermeld. |
Bij wijze van tegenprestatie kon een gezelschap NVBS’ers onlangs een bezoek brengen aan onze buren. Niet alleen om die fotowand te bekijken, maar ook om een beeld te krijgen van waar het Railcenter zich mee bezighoudt.
Het gezelschap bestond uit collectiebeheerders en andere vrijwilligers van de NVBS. Ze kregen onder andere te zien hoe wissels werken, hoe op afstand de stroomvoorziening van het spoornet wordt bewaakt, hoe het lichtseinstelsel in elkaar zit en hoe een onderstation er van binnen uitziet.
Opleidingen
Het Railcenter verzorgt opleidingen op uiteenlopende gebieden: energievoorziening, spoorbouw, ondergrondse infrastructuur, beveiligingstechniek, telecommunicatie, veiligheid, organisatie en communicatie. Er zijn meer dan 230 opleidingen, van mbo tot universitair niveau.
Ook bevinden zich in het gebouw enkele uitwijkvoorzieningen, zoals het Operationeel Besturingscentrum Infra (OBI) van ProRail. Het OBI verzorgt onder andere de bewaking en besturing van de bovenleiding in het hele land. Mocht dat vanuit Utrecht niet meer lukken, dan kan men uitwijken naar Amersfoort.
| Het nieuwe gebouw van het Railcenter. Hier vinden onder andere opleidingen en presentaties plaats. In de bijgebouwen en op het buitenterrein zijn uiteenlopende technische installaties opgesteld. |
Het Railcenter is ook een kennis- en onderzoeksinstituut. Het fungeert als proeftuin voor nieuwe technieken. Zo is er een testlaboratorium voor het nieuwe Europese railbeveiligingssysteem ERTMS. Ook op het buitenterrein vinden proeven plaats. Daar staat bijvoorbeeld een installatie waarmee wissels ijsvrij gemaakt kunnen worden door middel van een sterke luchtstroom. Dat gaat met zoveel kracht dat het nog maar de vraag is of dit systeem straks veilig in de praktijk is in te zetten.
In elk geval kunnen we vaststellen dat het spoorbedrijf nog steeds voortdurend in beweging is. Die fotowand zal vast nog weleens moeten worden aangepast.
Een blik op de wereld van het spoor
Het Railcenter heette voorheen Railinfra Opleidingen. In september 2016 is de naam veranderd. ProRail-directeur Pier Eringa zei bij die gelegenheid: “Hier kunnen vakgenoten, politici en studenten elkaar inspireren en uitdagen met spoorse vraagstukken. Van ingewikkelde logistieke bouwprocessen tot de nieuwste technologische ontwikkelingen. Ook scholieren en potentiĆ«le werknemers zijn van harte welkom. Bij Railcenter kunnen zij een blik werpen op de wereld van het spoor. Een mooie wereld, en een die met een goede en open samenwerking nog veel mooier kan worden.”
Kijk voor meer informatie over het Railcenter op www.railcenter.nl
Dit artikel verscheen in december 2017 in het digitale blad NVBS Actueel. Tekst en foto Nico Spilt.
donderdag 30 november 2017
Over seinen en blokposten
Van vlag tot beeldscherm
Kees van de Meene filmde de ontwikkeling van het seinwezen in Nederland. Van de man die met vlaggen langs de spoorbaan stond, tot de treindienstleider die vanachter zijn beeldscherm de treinenloop bewaakt.
Deze interessante film van bijna 50 minuten kun je op de site van de NVBS zien in het filmarchief (alleen toegankelijk voor NVBS-leden, inloggen noodzakelijk).
Over blokposten en meer
In het filmarchief van de NVBS kun je ook de presentatie zien die Kees van de Meene hield over blokposten, seinhuizen en andere gebouwen langs het spoor. Lees het artikel hierover in NVBS Actueel.
Kees van de Meene filmde de ontwikkeling van het seinwezen in Nederland. Van de man die met vlaggen langs de spoorbaan stond, tot de treindienstleider die vanachter zijn beeldscherm de treinenloop bewaakt.
Deze interessante film van bijna 50 minuten kun je op de site van de NVBS zien in het filmarchief (alleen toegankelijk voor NVBS-leden, inloggen noodzakelijk).
Over blokposten en meer
In het filmarchief van de NVBS kun je ook de presentatie zien die Kees van de Meene hield over blokposten, seinhuizen en andere gebouwen langs het spoor. Lees het artikel hierover in NVBS Actueel.
zaterdag 7 oktober 2017
Een sik tussen de kippen
Barneveld, 7 oktober 2017. Tussen de prehistorische kippenhokken en vintage broedmachines besteedt het Nederlands Pluimveemuseum aandacht aan de geschiedenis van de Kippenlijn. Als blikvanger staan voor het museum Sik 326 (geleend van Partycentrum 't Hoefslag) en gevogeltewagen NS 5465 (geleend van de MBS). De tentoonstelling duurt tot eind 2017.
Het museum bevindt zich op loopafstand van station Barneveld Zuid. Geopend van dinsdag t/m zaterdag en op maandagen in schoolvakanties. Met uitzondering van de wintermaanden zijn er op het buitenterrein ook echte kippen te zien. www.pluimveemuseum.nl
zaterdag 16 september 2017
NEMO Science Museum
Amsterdam, 16 september 2017. Toen onze dochters klein waren, waren we het al van plan: NEMO bezoeken. Maar we hebben dat zo lang uitgesteld, dat we inmiddels alweer kleindochters hebben.
De gedachte achter dit wetenschap- en technologiemuseum is dat het leerzaam is, maar of daar in deze grote hal met hyperactieve kinderen veel van terecht komt vraag ik me af. Het moet tegenwoordig allemaal interactief en "dicht bij de belevingswereld" van kinderen. Kinderen die een minuut lang proberen of ze iets kapot kunnen krijgen en dan weer verder rennen naar het volgende object.
De enorme waterklok bij de ingang heb ik een hele tijd bestudeerd. Echt oninteressant is NEMO natuurlijk niet; misschien moet ik er op een rustiger moment nog een keer naartoe. Ondertussen zou een cursus Nederlands voor sommige samenstellers van de proefjes geen kwaad kunnen: drie fouten in twee korte zinnen.
De geschiedenis van NEMO Science Museum begon in 1923 met het Museum van den Arbeid, vanaf 1954 het NINT (Nederlands Instituut voor Nijverheid en Techniek). In 1997 werd NEMO geopend in het groene gebouw bovenop de ingang van de IJtunnel. NEMO staat voor NewMetropolis, maar op de website wordt dit angstvallig verzwegen.
NEMO heeft ook een groot depot in Amsterdam-Noord, dat af en toe voor publiek is geopend. Hierin bevindt zich een belangrijk deel van de collectie van het helaas opgeheven energiemuseum EnergeticA. Dat was een perfect museum, omdat daar dus bijna niks te doen was voor kinderen.
Abonneren op:
Posts (Atom)
