zondag 31 december 2017

Hoe loc 1201 weer turquoise werd

Onze jongere lezers weten niet beter dan dat de treinen van NS geel zijn. De ouderen herinneren zich nog de groene, rode en blauwe treinen van vroeger. En de echte veteranen weten dat er in het begin van de jaren 50 ook grijsgroene treinen hebben gereden, getrokken door een 1100, 1200 of 1300.

De naam van deze kleur kun je op twee manieren schrijven en uitspreken. Op z’n Frans: turquoise [turkwaze] of op z’n Nederlands: turkooizen [turkoojsen]. Wij van de redactie zeggen [turkwaze], dus schrijven we turquoise.

Mevrouw Den Hollander

Het verhaal gaat dat de vrouw van de toenmalige president-directeur Den Hollander deze kleur had uitgekozen voor de nieuwe elektrische locomotieven en rijtuigen. Of dat verhaal klopt is niet bekend. Ook in Frankrijk, waar de 1100’en en 1300’en vandaan kwamen, reden treinen in zo’n kleur rond. In elk geval heeft de turquoise periode bij NS niet lang geduurd: het bleek een lastige en besmettelijke kleur. Hierop besloot men over te stappen op Berlijns blauw.

Inmidddels zijn enkele museumlocomotieven weer in het turquoise te zien: loc 1125 van het Spoorwegmuseum en loc 1201 van de Stichting Klassieke Locomotieven (KLOK). Deze loc is sinds april 2016 langdurig uitgeleend aan het Spoorwegmuseum, waar ze een prominente plek in de grote hal heeft gekregen.


Amersfoort, 17 oktober 2014. Loc NS 1201 tijdens de manifestatie “175 jaar spoor”.
Hoe zag turquoise er uit?

Het probleem van deze kleur is: je hebt turquoise en je hebt turquoise. Hoe zagen die treinen er meer dan een halve eeuw geleden precies uit? Er bestaan wel een paar kleurenfoto’s, onder andere van de bekende fotograaf Luud Albers, maar een foto kun je alleen gebruiken als indicatie, niet voor het vaststellen van de exacte kleur. Toch is het een werkgroep van de KLOK gelukt om de juiste kleur te achterhalen.

Hoe men dat heeft gedaan was het onderwerp van een presentatie door Aad de Meij van de KLOK, die hij recent gaf voor de Vrienden van het Spoorwegmuseum. Op onderhoudende wijze vertelde Aad over de geschiedenis van de KLOK, die begon met het redden van de NS 1501 en verschillende andere locomotieven, en over het project om de 1201 weer terug te brengen in de oorspronkelijke staat.

Aad is van plan om deze presentatie vaker te geven, dus te zijner tijd misschien bij uw NVBS-afdeling. Maar u kunt ook een iets verkorte en aangepaste versie zien via
deze link.

Oh ja: de juiste kleur is NCS 5010-G10Y. Die kunt u bij de verfhandel laten mengen (alleen is zo’n grote pot misschien wat veel voor een H0-model).


Stichting Klassieke Locomotieven (KLOK)

Het doel van de Stichting Klassieke Locomotieven (KLOK), en de hieraan gelieerde Werkgroep loc 1501, is het behouden en restaureren van klassieke locomotieven van de Nederlandse Spoorwegen.

De activiteiten begonnen in 1986, toen de laatste locomotieven van de serie 1501-1506 buiten dienst gingen. Dankzij een initiatief van een aantal Rotterdamse machinisten bleef de NS 1501 bewaard, naast twee locomotieven van deze serie die terugkeerden naar Engeland. Later werden ook elektrische locomotieven van de series 1100, 1200 en 1300 van de sloop gered.

De collectie bestaat nu uit de locs 1122, 1201, 1218, 1221, 1304, 1315 en 1501. (De locs 1218 en 1221 hebben bij ACTS gereden onder de nummers 1253 resp. 1255.)

Kijk voor meer informatie op
www.klassieke-locs.nl

Dit artikel verscheen in december 2017 in het digitale blad NVBS Actueel. Tekst en foto Nico Spilt.






Railcenter Amersfoort

Op bezoek bij de buren

Schuin achter NVBS Centraal, aan de andere kant van emplacement Amersfoort, ligt het terrein van de vroegere wagenwerkplaats. Treinen worden hier al lang niet meer gerepareerd, maar er vinden nog steeds veel “railgebonden” activiteiten plaats.

Een voorbeeld is het Railcenter, dat opleidingen verzorgt voor mensen die werkzaam zijn in de spoorwereld. Ook vindt hier onderzoek plaats naar nieuwe technieken en werkmethoden. Dit gebeurt in samenwerking met veel partijen uit de spoorwereld en daarbuiten.

Fotowand

In maart van dit jaar heeft het Railcenter een nieuw gebouw betrokken, vlakbij de grote loods van de wagenwerkplaats. Centraal in dat gebouw bevindt zich een grote fotowand, waarop de ontwikkeling van de spoorwegen is weergegeven. De foto’s geven een beeld van wat er sinds 1839 allemaal is veranderd, met een voorzichtig kijkje in de toekomst.

Bij het samenstellen van deze fotowand heeft de NVBS een belangrijke rol gespeeld. Het Railcenter heeft namelijk dankbaar gebruikgemaakt van de enorme fotocollectie van onze vereniging. Samen met de beheerders van deze collectie is hieruit een keuze gemaakt.


“Van het begin naar de toekomst.” De fotowand die met medewerking van de NVBS tot stand is gekomen. Een schoonheidsfoutje is dat men dit niet bij de foto’s heeft vermeld.
Rondleiding

Bij wijze van tegenprestatie kon een gezelschap NVBS’ers onlangs een bezoek brengen aan onze buren. Niet alleen om die fotowand te bekijken, maar ook om een beeld te krijgen van waar het Railcenter zich mee bezighoudt.

Het gezelschap bestond uit collectiebeheerders en andere vrijwilligers van de NVBS. Ze kregen onder andere te zien hoe wissels werken, hoe op afstand de stroomvoorziening van het spoornet wordt bewaakt, hoe het lichtseinstelsel in elkaar zit en hoe een onderstation er van binnen uitziet.

Opleidingen

Het Railcenter verzorgt opleidingen op uiteenlopende gebieden: energie­voorziening, spoorbouw, ondergrondse infrastructuur, beveiligingstechniek, telecommunicatie, veiligheid, organisatie en communicatie. Er zijn meer dan 230 opleidingen, van mbo tot universitair niveau.

Ook bevinden zich in het gebouw enkele uitwijkvoorzieningen, zoals het Operationeel Besturingscentrum Infra (OBI) van ProRail. Het OBI verzorgt onder andere de bewaking en besturing van de bovenleiding in het hele land. Mocht dat vanuit Utrecht niet meer lukken, dan kan men uitwijken naar Amersfoort.
 

Het nieuwe gebouw van het Railcenter. Hier vinden onder andere opleidingen en presentaties plaats. In de bijgebouwen en op het buitenterrein zijn uiteenlopende technische installaties opgesteld.
Proeftuin

Het Railcenter is ook een kennis- en onderzoeksinstituut. Het fungeert als proeftuin voor nieuwe technieken. Zo is er een testlaboratorium voor het nieuwe Europese railbeveiligingssysteem ERTMS. Ook op het buitenterrein vinden proeven plaats. Daar staat bijvoorbeeld een installatie waarmee wissels ijsvrij gemaakt kunnen worden door middel van een sterke luchtstroom. Dat gaat met zoveel kracht dat het nog maar de vraag is of dit systeem straks veilig in de praktijk is in te zetten.

In elk geval kunnen we vaststellen dat het spoorbedrijf nog steeds voortdurend in beweging is. Die fotowand zal vast nog weleens moeten worden aangepast.


Een blik op de wereld van het spoor


Het Railcenter heette voorheen Railinfra Opleidingen. In september 2016 is de naam veranderd. ProRail-directeur Pier Eringa zei bij die gelegenheid: “Hier kunnen vak­genoten, politici en studenten elkaar inspireren en uitdagen met spoorse vraagstukken. Van ingewikkelde logistieke bouw­processen tot de nieuwste technologische ont­wikkelingen. Ook scholieren en potentiĆ«le werknemers zijn van harte welkom. Bij Railcenter kunnen zij een blik werpen op de wereld van het spoor. Een mooie wereld, en een die met een goede en open samen­werking nog veel mooier kan worden.”

Kijk voor meer informatie over het Railcenter op www.railcenter.nl

Dit artikel verscheen in december 2017 in het digitale blad NVBS Actueel. Tekst en foto Nico Spilt.








 


donderdag 30 november 2017

Over seinen en blokposten

Van vlag tot beeldscherm
Kees van de Meene filmde de ontwikkeling van het seinwezen in Nederland. Van de man die met vlaggen langs de spoorbaan stond, tot de treindienstleider die vanachter zijn beeldscherm de treinenloop bewaakt.

Deze interessante film van bijna 50 minuten kun je op de site van de NVBS zien in het filmarchief (alleen toegankelijk voor NVBS-leden, inloggen noodzakelijk).

Over blokposten en meer
In het filmarchief van de NVBS kun je ook de presentatie zien die Kees van de Meene hield over blokposten, seinhuizen en andere gebouwen langs het spoor. Lees het artikel hierover in NVBS Actueel.




zaterdag 7 oktober 2017

Een sik tussen de kippen

 
Barneveld, 7 oktober 2017. Tussen de prehistorische kippenhokken en vintage broedmachines besteedt het Nederlands Pluimveemuseum aandacht aan de geschiedenis van de Kippenlijn. Als blikvanger staan voor het museum Sik 326 (geleend van Partycentrum 't Hoefslag) en gevogeltewagen NS 5465 (geleend van de MBS). De tentoonstelling duurt tot eind 2017.
 
 Het museum bevindt zich op loopafstand van station Barneveld Zuid. Geopend van dinsdag t/m zaterdag en op maandagen in schoolvakanties. Met uitzondering van de wintermaanden zijn er op het buitenterrein ook echte kippen te zien. www.pluimveemuseum.nl
 
 
 
 
 
 

donderdag 14 september 2017

College door Maarten van Rossem


Spoorwegmuseum, 14 september 2017. Als abonnee van het blad Maarten! was ik te gast bij een college van Maarten van Rossem. Het onderwerp was "technologische veranderingen in de negentiende eeuw", waaronder de opkomst en groei van de spoorwegen.

Wie bekend is met de stijl van Maarten van Rossem, weet dat hij altijd uit het hoofd presen­teert en dat hij daarbij het zijspoor en de anekdote niet schuwt. Zo passeerden onder anderen Sybrand Buma met zijn Wilhelmus, de vakantiekleren van Angela Merkel, het Waterloo van Napoleon (en zijn broer: de enige echte koning die Nederland heeft gehad) en de atoombom van Kim Jong-un de revue, voordat Maarten kon beginnen aan zijn verhandeling over de uitvinding van de stoom­locomotief.

Hoewel het woord "college" nauwelijks op zijn plaats was, was het een genoeglijke avond. En wat betreft die stoom­locomotief: dit wordt uitstekend uitgelegd in zijn boek Waarom de stoommachine geen Chinese uitvinding is.




donderdag 24 augustus 2017

Openbaar vervoer in China

Hortus botanicus Haren, 24 augustus 2017

Chinezen mogen dan het buskruit en de boekdrukkunst hebben uitgevonden, op transport­gebied hebben ze lange tijd hun meerdere moeten erkennen in de barbaren uit het westen. Maarten van Rossem heeft goed uitgelegd waarom de stoommachine geen Chinese uitvinding is.

Alleen zeer welgestelde Chinezen konden zich vroeger een vorm van openbaar vervoer permitteren: de draagkoets. Om een beetje snelheid te kunnen maken, had je een flink aantal lijfeigenen nodig die het gevaarte op de schouders namen. In de Hortus botanicus Haren is zo'n transportmiddel te zien in de Chinese tuin.





dinsdag 1 augustus 2017

Waarom de stoommachine geen Chinese uitvinding is

Waarom de stoommachine geen Chinese uitvinding is. Hoe het westen zo welvarend kon worden. Door Maarten van Rossem. Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2013. ISBN 9789046815748.

Maarten van Rossem (1943), gepensioneerd historicus en Amerikadeskundige, kunnen we kennen van zijn televisie­optredens en van zijn tijdschrift Maarten! Hij figureert ook als jurylid in de televisiequiz 'De slimste mens' van de NCRV.

De uitvinding van de rijdende stoommachine
In zijn boek schetst Maarten van Rossem de kaders waarbinnen de industriƫle revolutie op gang is gekomen en legt hij uit waardoor die revolutie nu juist in Engeland is begonnen.


Een belangrijke rol speelden daarbij de kolenmijnen. In het midden van Engeland liggen de kolen bijna voor het oprapen. In steeds grotere hoeveelheden vonden die hun weg naar Londen. Een groot probleem was het mijnwater. Thomas Newcomen was de man die een stoommachine uitvond waarmee dat water omhoog kon worden gepompt.

Vervolgens was James Watt degene die deze primitieve machine sterk wist te verbeteren. Tegelijk wist hij de verdere verbetering van de stoommachine door anderen tegen te houden. Pas toen de patenten van Watt in 1800 afliepen, kwam de weg vrij voor de rijdende stoom­machine: de stoom­locomotief. Het eerste bruikbare exemplaar werd gebouwd door Richard Trevitick, maar de echte doorbraak is te danken aan George Stephenson.

Hoewel Maarten van Rossem ook ingaat op de technische merites van de diverse uitvindingen, beschrijft hij niet waarin het geniale van het ontwerp van Stephenson school. Die kwam op het idee om de afgewerkte stoom via de schoorsteen van de locomotief te laten ontsnappen. Daardoor ontstaat er een onderdruk, die gebruikt kan worden om de trek op het vuur te vergroten. Hoe harder de locomotief moet werken, hoe groter de trek en hoe groter de zuurstoftoevoer naar het vuur.

Lees meer over de oudste stoomlocomotieven.

Lees ook mijn verslag van het college door Maarten van Rossem.